Posts tonen met het label perfectionisme. Alle posts tonen
Posts tonen met het label perfectionisme. Alle posts tonen

vrijdag 17 november 2017

Mislukkeling

Oei wat is het ongelofelijk spannend om deze blog te schrijven en straks te delen, maar toen ik aan deze website begon had ik me voorgenomen om te schrijven alsof niemand het zou lezen. Daar ga ik me aan houden.

Het kan een tijdlang goed gaan met me, of lijken te gaan en dan opeens is het daar toch weer. Zomaar ineens, net in de auto op weg naar huis, overviel het me. Een overweldigend gevoel van mislukking.

Mislukt in het leven. Op dit moment voel ik mee bijzonder nutteloos en leeg. Een mislukkeling.

Eens zien of ik kan ontdekken waar het vandaan komt. Meestal lukt dat als ik maar gewoon ga tikken, zonder na te denken. Dus zo ook nu maar.

Vandaag en gisteren ben ik netjes drie uur op mijn werk geweest, zoals het van me verlangd wordt. Ik heb ook verslagen gemaakt over de inhoud van mijn werk en van de voortgang van mijn re-integratie. Ik moet immers netjes mijn re-integratielijn volgen, anders blijf ik in gebreke. Waarom ik die lijn moet volgen als in elk verslag over mijn ziek-zijn staat dat ze er vanuit gaan dat ik toch niet terug zal kunnen komen in mijn huidige functie, is me een raadsel. Aan de andere kant staat ook in die verslagen dat ik moet re-integreren, met als doel dat ik 17 maart mijn volledige takenpakket weer op gepakt heb. Ehm... huh?

De verslagen waar ik op doel zijn opgesteld door een bedrijfsarts van het bestuur waar ik onder werk. Bedrijfsarts nummer één was dat. Inmiddels heb ik vanmiddag een afspraak staan met bedrijfsarts nummer drie (in nog geen twee jaar). Deze meneer heb ik nog nooit gezien, maar hij moet straks wel met mij de formulieren gaan invullen voor het UWV,  die over mijn ziek-zijn gaan. Er wordt dan vastgehouden aan een Functionele Mogelijkheden Lijst van april dit jaar.

Oh..., maar gelukkig is er geen steek veranderd natuurlijk sinds afgelopen april! Of.., oh wacht.. toch wel! Ontzettend veel! Hoe krom is dit alles??!

Wat ook krom is, is dat ik als werknemer niet één foutje mag maken, niet één woord mag gebruiken in mijn mails dat voor meerdere interpretaties mogelijk is. Niet één keer eerder naar huis 'mag' gaan  als ik merk dat het niet gaat, of later komen als het moeilijk was om te vertrekken. Dat wordt dan namelijk gezien als 'hakken in het zand'. Met zwaailichten, alarmgeluiden en een twee wekelijkse meldplicht bij de bedrijfsarts (ja,die nieuwe) en casemanager erbij (die zelf overigens opeens een maand niet meer reageerde op mijn mails en over wie ik via via moet horen dat ze ziek is).

Tjonge, toch handig dat ik dit nu allemaal uit tik. Ik kom er opeens achter dat dit gevoel dat mij plotseling overviel in de auto niet persé een gevoel van mislukken is, maar ook van heel veel boosheid.

Boos op de enorm kromme organisatie die hier achter zit. Een organisatie die 200% accuraatheid, stiptheid en toewijding eist van haar medewerkers (prima, krijg je, voor zover ik dat in mijn ziek-zijn kan geven), maar die zelf blijkbaar met 80% inzet weg kan komen.

Ik kan niet zeggen dat ik me nu veel beter voel, nu mijn gevoel van mislukken (voor een groot deel) is overgegaan in een gevoel van boosheid. Mede omdat ik met die boosheid eigenlijk bijzonder weinig kan. Het is wel fijn om te weten dat er iets achter zit. Dat het niet zomaar een gevoel is dat 'uit de lucht komt vallen'.
Nu moet ik het alleen nog zien kwijt te raken (samen met dat restje 'mislukkeling' dat er nog wel zit en dat met andere zaken te maken heeft).
.


woensdag 15 november 2017

Rennen of stilstaan

Ik weet wat het is! Het is er rennen of stilstaan!

Er zit niks tussen, geen langzaamaan, half werk. Het moet of nu allemaal af, klaar, weg, opgeruimd of helemaal niet. Maar dan echt helemaal niks, helaas. Dan is het moeilijk om iets anders te doen, iets ‘leuks’.

Als het rennen eenmaal begonnen is, is het niet tegen te houden en gaat er een soort adrenaline rush door me heen. Ik voel het door mijn aderen gieren. Vermoeiend. Niet die ene wasmand moet gevouwen worden, maar allemaal. In plaats van nu eentje en straks misschien ook eentje. En morgen weer één of twee. Niet die ene stapel boeken moet uitgezocht worden, maar het liefst meteen allemaal. Tussendoor wat heen en weer taxiën om de kinderen te halen en brengen, een boodschapje tussendoor, koken en dan nog dat kleine beetje extra. Of een tandartsbezoek, zoals vandaag.

Geen wonder dat het me (onbewust) tegenhoudt om in eerste instantie überhaupt van start te gaan. Ik voel niet meer zo zeer de bewust de Berg, de Mount Everest, het anker achter me aan, maar eerder een soort onzichtbare muur. Mezelf door die muur heen werken is een flinke klus. Eentje waar ik vaak niet eens aan begin. Maar als ik er doorheen ben is de rem eraf. Kwijt.

Vandaag was weer zo’n dag van rennen en vliegen. En nog steeds heb ik een onbevredigd gevoel. Er ligt nog was. En zijn nog pannen niet af gewassen. Er zijn nog stapels, nee correctie, kratten met boeken die nog uitgezocht moeten worden. Maar het is bedtijd ik moet accepteren dat ik niet meer aan toe kom.

De adrenaline giert alleen nog volop door mijn aderen, dat is een beetje jammer. Nou ja, met dit inzicht heb ik in ieder geval weer iets om volgende week te spreken bij Marjoleine. Een mens moet iets te wensen over houden, toch? Nu eerst maar eens in slaap zien te komen.

dinsdag 14 november 2017

Jeugdherinnering

Naar aanleiding van een schrijfcursusje waar ik aan mee doe, kwam ik op onderstaand verhaal. De vraag was een jeugdherinnering op te schrijven, waarvan je nu nog dingen herkent in jezelf. Mijn herinnering is als volgt:

Ik ben een jaar of zes en ben met mijn ouders en broer op vakantie in Engeland. We hebben een caravan gehuurd op een echt Engelse caravanpark. Misschien ken je de serie Hi-de-Hi uit de jaren tachtig. Een vakantiepark waar veel spelletjes en leuke avonden georganiseerd werden. Er werd op een gegeven moment een schmink-wedstrijd georganiseerd. Ik kon niet meedoen , of wilde niet meedoen. Mijn moeder was bij de kapper van het park en kreeg een ‘Lady Di’ kapsel aangemeten.

Ik besloot mezelf dan maar te schminken met mijn moeders make-up. Eerst wilde ik een prinses zijn. Ik zocht mooie lippenstift uit en stiftte mijn lippen zo goed en zo kwaad als het ging zonder spiegel. Daarna deed ik mooie oogschaduw op. Rode wangen maakten het af.

Ik bedacht me echter vrij snel dat ik altijd al een prinsesje was en dat ik wel eens iets anders wilde. Ik veegde mijn gezicht schoon met mijn handen en wc-papier. Een clown werd het! Een mooie rode neus, een grote rode mond en zo’n speciale clowns-streep over m’n ogen moest het af maken. Al snel vond ik een clown ook te gewoon. Weer veegde ik mijn gezicht schoon. Ik zou een boef worden! Een echte gemene boef met een blauw oog en littekens. Dus ik deed weer mijn uiterste best om mezelf om te toveren tot een overtuigende boef. Eenmaal klaar ging ik naar de kapper op het vakantiepark om het trots aan mijn moeder te laten zien. Er ging een opgewonden geroezemoes door de kapperszaak toen ik binnenkwam, snel daarna gevolgd door een hartelijk lachsalvo. Ik begreep echt niet waarom en was heftig teleurgesteld. Om een enge boef lach je toch niet zo hard?! Toen wees mijn moeder naar de spiegel. Wat ik toen zag deed mij ook in lachen uitbarsten. Het was net of ik een botsing had gehad met meerdere make-up dozen. De knalroze oogschaduw was uitgeveegd over mijn wang en voorhoofd, de rode clownslippenstift zat tot over mijn jukbeenderen en dit alles geweldig afgerond door de zwarte strepen die voor littekens door moesten gaan. En natuurlijk het zwarte, blauwe oog. Wat dit zegt over mij nú? Ik doe nu nog steeds graag dingen met volle overgave. Het liefst helemaal perfect. Helaas is de ‘schade’ nu wat heftiger dan een mis-match aan make-up. Ik ben inmiddels dik anderhalf jaar thuis met een burn-out en chronische depressie. Het kost wat meer dan een washandje met zeep om het weer in orde te krijgen deze keer. Maar ik doe ontzettend mijn best om er toch ‘fris en schoongeboend’ uit te komen.

woensdag 15 maart 2017

Muount Everest

Inmiddels heb ik een andere psychologe. Ik noem haar Marjoleine.
Het eerst waar naar gekeken wordt, is of het klikt. Dat doet het. Dat doet het wat mij betreft al snel trouwens. Het maakt me niet zo heel veel uit wie er tegenover me zit. Dat klinkt misschien onaardig, maar ze hebben allemaal min of meer dezelfde opleiding gehad, zijn allemaal erg vriendelijk en hebben het beste met me voor.

Het is wel weer even terug naar het begin. Dat is zwaar, maar ook wel een mooie spiegel.
Dingen waarvan ik dacht dat ik ze een plekje gegeven had, blijken toch nog vrij rauw aanwezig. 
Ondanks mijn medicatie heb ik bij beide bezoeken aan haar, weer flink hysterisch zitten huilen. Dat was lang geleden. En, zoals ik zei, confronterend. Het laat me zien dat ik nog echt aan het begin sta van het uitzoeken waar mijn negatieve gevoelens vandaan komen. En  -belangrijker- hoe ik ze in de hand leer houden.

Mijn medicatie is tweeledig. Ik gebruik een medicijn dat mijn diepe dalen minder diep moet maken en een medicijn dat ervoor zorgt dat ik mijn emoties weer sneller in de hand heb. 
Het eerste zorgt er bijvoorbeeld voor dat ik niet meer zo snel emotioneel ben. Ik kan veel meer bespreken, of zien (zielige filmpjes op televisie), zonder daarbij zwaar te zitten snikken.
Het tweede zorgt ervoor dat ik het echte zwarte gevoel, dat zich als een groot zwart gat in mijn borstkas manifesteert, niet meer heb gehad.

Een nadeeltje is wel dat ik door deze medicijnen heel snel moe ben. Het is een bekend bijverschijnsel, maar wel één waar ik rekening mee moet houden. In eerdere blogs omschreef ik al dat ik 's ochtends even ging slapen. Ik kon dan echt vijf uur knock-out zijn, en toch 's avonds om tien uur/half elf alweer helemaal op zijn.

Er is een korte periode geweest dat ik niet meer naar bed hoefde, maar dat een half uurtje mijn ogen dicht doen op de bank (zittend) al voldoende was. Helaas heb ik een drukke periode gehad en ben nu weer vrijwel altijd in een staat van vermoeidheid. Gelukkig weet ik inmiddels dat dit weer over kan gaan als ik weer in wat rustiger vaarwater kom.

Een mijlpaal van me was het avondeten. Ik kreeg elke avond een maaltijd op tafel. Ik zeg 'kreeg', want het is alweer eventjes geleden. Dit hangt denk ik samen met de drukke periode waar ik het net over had. Het was wel een fijne mijlpaal. Ik kreeg het eten op tafel zonder eerst die welbekende Mount Everest te hoeven beklimmen. Zonder het nare liedje in mijn hoofd ("Ik wil niet, ik wil niet, ik wil niet"). Ook zonder het nare zware gevoel dat aan zoveel dingen hangt.
Het ging zelfs een korte periode zó goed met me dat er dagen waren waarop ik twee dingen kon doen zonder de grote zware drempels ervoor.

Die drempels zijn moeilijk te omschrijven. Er is een reclame op tv van een auto die rijdt met een groot rood anker erachteraan. Het anker verzwaard de auto. De auto ben ik en er hangen vier van zulke ankers achter me aan. Die ankers ervaar ik bij vrijwel alles. Al heel, heel lang.  Alles kost moeite, alles moet perfect doordacht zijn, alles moet perfect uitgevoerd (kunnen) worden, anders begin ik er al liever niet aan.

En opeens stond ik te koken! Gewoon zomaar! Zonder dat nare, zware gevoel vooraf en tijdens. Het overkwam me gewoon. Zo stond ik in mijn goede periode soms ook 'opeens' in het bos met de hond. Zonder er vooraf als een berg tegenop te zien.

Mijn nieuwe psychologe Marjoleine, zei "Wat fijn! Dan herken je jezelf weer een beetje".  Ze schrok toen ik zei dat ik dit helemaal niet herkende van mezelf, dat dit compleet nieuw voor me was.

Helaas moet ik mijn energie weer opbouwen en komt er weer vrijwel niks meer 'vanzelf'  uit mijn handen. Ik houd mezelf vast aan de gedachte dat het een tijdje terug wel kon en dat het dus vast wel weer terug komt. Als ik dat maar vaak genoeg tegen mezelf zeg, ga ik het vanzelf geloven, toch?