woensdag 4 april 2018

Strijd in mijn hoofd

Voor één keer zou het fijn zijn om niet na te hoeven denk en over wat ik wil. Het lijkt de enige gedachte die ik altijd mag of zelfs moet hebben. 'Wat wil ik?' Ik wil niet nadenken. Ik wil gewoon weten.
Vertrouwen.
Doen.

Niet alles op een weegschaal leggen en nagaan of dat echt is wat ik wil. Want bij nadenken over wat ik wil, hoort direct de verantwoordelijkheid die er daar aan hangt voor anderen.
Oorzaak - gevolg. Dat idee.

Elke beslissing die ik neem heeft gevolgen. Niet alleen voor mij, maar ook voor mijn gezin. Of voor de postbode, de caissière, de hond. Alle opties moeten overwogen worden.

Het is dus niet alleen'wat wil ik?', maar direct daar aan vast 'en hoe heeft dat effect op anderen?'
Zorgt dit voor een hap uit het budget? Zorgt dit voor meer of minder beweging? Zorgt dit ervoor dat anderen zijn of haar baan niet goed, of minder makkelijk, kunnen uitvoeren? Bezorgt het de ander een goed gevoel of helemaal niet? Is het ongezond voor de ander (en mijzelf)? Heeft de ander er meer werk door? Moet de ander er iets voor laten?

Elke beslissing heeft daarnaast ook invloed op de toekomt. Is dit goed voor mij in de toekomst? Is dit goed voor mijn gezin in de toekomst? Is dit financieel een goed idee voor de toekomst? Moeten we dan in het vervolg dingen laten of juist wel doen in de toekomst?

Natuurlijk kan ik heel hard doen alsof het me allemaal niks doet, eventjes. Maar ongemerkt kruipt het verantwoordelijkheidsgevoel toch over me heen. Steeds een klein beetje meer. Waarschijnlijk gedurende verschillende kwesties. Als een zwarte deken zakt het op me neer. Eerst lijkt het of die deken niks weegt. Ik kan het gevoel ervan negeren. Mijn fijne gevoel over betreffende beslissing of beslissingen is eventjes genoeg om die deken te dragen. Maar hoe langer die deken er ligt, hoe zwaarder die wordt. Opbeurende gedachten doen er weinig aan. Soms waait de deken even weg. Door iets wat iemand zegt of doet of iets dat er gebeurt, een meevaller. Alleen heel stilletjes komt hij toch veel te vaak en veel te snel weer terug.

Vaak ben ik me er pas van bewust als ik alweer veel te diep onder gestopt ben. Dan is de weg eronderuit veel moeilijker. Soms merk ik 'm vrij snel op en kan ik er tegen gaan vechten. Ook met wisselende resultaten trouwens. Zeker niet altijd met succes. Helaas is het niet zo dat wat de ene keer werkte om onder de deken van verantwoordelijkheid (of eigenlijk de deken van 'ik doe het toch nooit goed (genoeg)') uit te komen, de andere keer ook werkt. Resultaten uit het verleden bieden geen garantie voor de toekomst. Dat idee

Er is niks aan. Er is gewoon niks aan. Steeds weer die malende gedachten. Elke keer nadenken over wat wil ik en wat zijn de gevolgen daarvan voor anderen en moet ik me daar wel of niet druk om maken?

Op sommige dagen lijkt er niks of niet veel aan de hand. Lijk ik het allemaal redelijk onder controle te hebben. Ik draai mijn dag dan best lekker, of ik kan op tijd afleiding zoeken. Ik kook, wandel met de hond en vouw of draai een was. Voor anderen een saaie, normale dag. Voor mij mijlpalen.

Maar er zijn ook dagen dat ik me serieus afvraag of ik er ooit vanaf kom. En ook of mijn omgeving me er ooit vanaf laat komen. Kom je los van de situatie dat elk positief woord uit je mond ingelijst wordt? Of is het allemaal maar perceptie?

Gedachten, positief of negatief zijn niet wie we zijn en kunnen de omstandigheden niet veranderen. Ze kunnen wel de manier waarop we tegen de omstandigheden aankijken veranderen. Ons gevoel erover veranderen. Ik weet dat gedachten stuurbaar kunnen zijn, maar ook dat is weer strijd. Van mij mag het ook wel eens een keer gewoon vanzelf gaan onderhand.


zaterdag 3 februari 2018

Spiegel

Laatst vroeg iemand me wat ik zie als ik in de spiegel kijk. Meer figuurlijk dan letterlijk.

Daar sta ik dan, voor de spiegel. Ik zie een vrouw. Ze kijkt me onderzoekend aan. Hé! Stemmen. Daar gaan we.

Er is ruzie achter dat spiegelbeeld. Er zijn stemmen die zeggen dat ik er best mag zijn. Dat die ondeugende blik me goed staat.

Dat ik duidelijk niet meer dat meisje ben, die ik jaren en jaren heb gezien in de spiegel, maar eindelijk de vrouw ben ik die ik wilde gaan zien. Volwassen.

Volwassen betekent voor mij dat je al het één en ander hebt meegemaakt. Dat je ervaring hebt. Dat je weet dat het uiteindelijk allemaal wel goed komt. Niet altijd oo de manier die jij vooraf zelf bedacht of gewild had, maar uiteindelijk is het goed. Je leeft ermee.

Meteen daarop komen de andere stemmen. Ze vragen zich af waar ik het idee vandaan haal dat ik volwassen ben. Ik zie er inmiddels volwassen uit, maar weet ik hoe het zit? Tel ik inmiddels mee?

Die ondeugende blik heb je niet nodig, stel je niet aan. Je weet toch niks eigenlijk, van het Leven. Je maakt er een potje van.

De negatieve stemmen zijn er nog steeds, maar ik leer ze te zien als beschermengeltjes. Ze zorgen dat ik niet naast m’n schoenen ga lopen. Ze behoeden me ervan mezelf voorbij te lopen. Ik leer dat ik ze mag koesteren. Ik mag er naar luisteren zonder ze al te serieus te nemen. Ik leer dat ik de juiste balans moet zoeken tussen al die verschillende stemmen.

En daar ergens tussendoor leer ik wie ik dan echt ben. Welke dromen en stemmen echt bij me horen en welke niet.

Vertrouwen op ‘het komt goed’. Voor een ander zie ik dat altijd wel, voor mezelf is dat een stuk moeilijker. Ik leer te vertrouwen op alles om me heen. Ik heb in meditaties gezien dat ik het kan en dat ik vertrouwen mag hebben in de tijd.

Mijn hoofd weet het wel, mijn hart loopt een beetje achter.

vrijdag 26 januari 2018

Vechten

De laatste tijd heb ik regelmatig 'neutrale' dagen. Ik voel me niet top, maar ook zeker niet slecht. De ene keer krijg ik dan ook nog iets gedaan, de andere keer helemaal niets. Maar op zo'n neutrale dag maakt dat dan niet uit, ik kan er dan vrede mee hebben. Soms zitten er tegenwoordig ook goede dagen bij, waarop ik me lekker voel en dingen (vaak wat huishoudelijke taken) gedaan krijg.

Deze week had ik opeens een slechte dag. Een echt slechte dag. Zo'n dag die je bang maakt, omdat het lijkt dat je weer helemaal terug bij af bent. Een dag die ik zo min mogelijk mee wil maken en die ik niemand gun.
Op zo'n dag wil ik 'uit'. Er niet zijn. Helaas kan dat niet, je neemt jezelf immers overal mee naar toe.

Het eerste wat ik altijd doe op zin dag is mijn man op zijn werk appen, zodat hij af en toe even kan nagaan hoe het met me gaat. En misschien heeft hij net de juiste opbeurende woorden voor me en trekt hij me eruit.

Daarna begint het vechten. Het vechten tegen dat gevoel. Het vechten tegen de destructieve gedachten en nare gedachten over mogelijke 'leuke dingen' die ik zou kunnen gaan doen. Het vechten om die gemaakte glimlach op te zetten, omdat die soms echt kan helpen. En het vechten om niet boos te worden op die stomme gemaakte glimlach.

Afgelopen woensdag had ik weer zo'n slechte dag. Nadat ik mijn man geappt had,  besloot ik op mijn fijne werkplekje op zolder te gaan zitten. Niet om te gaan tekenen, maar om een rustig muziekje op te zetten en een tijdschrift te gaan lezen. Ik had de nieuwe uitgave van Psychologie Magazine nog liggen, dus die pakte ik erbij.

Toeval bestaat niet, zeggen ze wel eens, maar deze keer is dat weer gebleken. Deze keer ging het blad namelijk voor een groot deel over zelfcompassie. Tijdens het lezen van een artikel over zelfcompassie en mindfulness bedacht ik me dat ik mezelf een brief zou kunnen schrijven. Een brief die ik aan een vriendin zou kunnen schrijven die met de gevoelens zat waar ik nu mee worstelde.
Het was zo'n idee waarvan ik eigenlijk denk "doe normaal, je houdt jezelf alleen maar voor de gek", maar aan de andere kant ook "als het voor anderen werkt, waarom dan niet voor mij?'

Dus daar kwam het 'Lieve ........', dat op zich vond ik al absurd om in te tikken, maar vooruit maar. Zo zou ik een brief aan een vriendin ook beginnen, dus ik liet het zo. Vervolgens begon ik de komende dag (waar ik me erg druk om maakte) uit elkaar te halen. Elk nieuw onderdeel van de dag benoemde ik. Ik benoemde de pijnpunten die er waren, ik liet de twijfel en de spanning toe, en als laatste probeerde ik een troostend woord en mogelijke oplossing (of verzachting van het pijnpunt) te vinden.
De hele dag haalde ik op deze manier uit elkaar en sloot af met 'en ga dan nu nog even lekker van je gezin en je avond genieten).

En warempel... het werkte! Het vechten van ervoor was verdwenen. Het paniekerig zoeken naar manieren om me niet meer zo naar te voelen was weg. De boze stem die mezelf steeds opnieuw op mijn donder gaf, omdat ik me niet door die depressiviteit moest laten kisten, het was allemaal weg.

Mijn man was inmiddels thuis gekomen en samen 'tackelden' we het avondeten en hebben we nog echt een gezellige avond gehad.
De brief  heb ik nog en bewaar ik. Ik hoop het op slechte dagen 'toevallig' tegen te komen, zodat het me misschien aanzet om weer hetzelfde te gaan doen. Mezelf aanspreken als een goede vriendin.., het is heel nieuw voor me en voelt toch wat gek, maar ik denk toch dat ik het vaker ga proberen.



vrijdag 1 december 2017

Focus

Als alle dagen
Zich als zwarte brij
Aaneenrijgen
Als ik moet zoeken naar voldoende licht
Kleuren zich alleen
In negatief nog tonen
Als mijn rolletje vast loopt
Mijn onderwerp onscherp blijft

Kom je dan naast me staan
Reik je me een vaste hand
Eén die helpt stabiel te blijven
Zodat ik mijn focus kan bepalen
Mijn beeld weer helder wordt
En ik weer scherp kan stellen
In dit wankele bestaan.

vrijdag 17 november 2017

Mislukkeling

Oei wat is het ongelofelijk spannend om deze blog te schrijven en straks te delen, maar toen ik aan deze website begon had ik me voorgenomen om te schrijven alsof niemand het zou lezen. Daar ga ik me aan houden.

Het kan een tijdlang goed gaan met me, of lijken te gaan en dan opeens is het daar toch weer. Zomaar ineens, net in de auto op weg naar huis, overviel het me. Een overweldigend gevoel van mislukking.

Mislukt in het leven. Op dit moment voel ik mee bijzonder nutteloos en leeg. Een mislukkeling.

Eens zien of ik kan ontdekken waar het vandaan komt. Meestal lukt dat als ik maar gewoon ga tikken, zonder na te denken. Dus zo ook nu maar.

Vandaag en gisteren ben ik netjes drie uur op mijn werk geweest, zoals het van me verlangd wordt. Ik heb ook verslagen gemaakt over de inhoud van mijn werk en van de voortgang van mijn re-integratie. Ik moet immers netjes mijn re-integratielijn volgen, anders blijf ik in gebreke. Waarom ik die lijn moet volgen als in elk verslag over mijn ziek-zijn staat dat ze er vanuit gaan dat ik toch niet terug zal kunnen komen in mijn huidige functie, is me een raadsel. Aan de andere kant staat ook in die verslagen dat ik moet re-integreren, met als doel dat ik 17 maart mijn volledige takenpakket weer op gepakt heb. Ehm... huh?

De verslagen waar ik op doel zijn opgesteld door een bedrijfsarts van het bestuur waar ik onder werk. Bedrijfsarts nummer één was dat. Inmiddels heb ik vanmiddag een afspraak staan met bedrijfsarts nummer drie (in nog geen twee jaar). Deze meneer heb ik nog nooit gezien, maar hij moet straks wel met mij de formulieren gaan invullen voor het UWV,  die over mijn ziek-zijn gaan. Er wordt dan vastgehouden aan een Functionele Mogelijkheden Lijst van april dit jaar.

Oh..., maar gelukkig is er geen steek veranderd natuurlijk sinds afgelopen april! Of.., oh wacht.. toch wel! Ontzettend veel! Hoe krom is dit alles??!

Wat ook krom is, is dat ik als werknemer niet één foutje mag maken, niet één woord mag gebruiken in mijn mails dat voor meerdere interpretaties mogelijk is. Niet één keer eerder naar huis 'mag' gaan  als ik merk dat het niet gaat, of later komen als het moeilijk was om te vertrekken. Dat wordt dan namelijk gezien als 'hakken in het zand'. Met zwaailichten, alarmgeluiden en een twee wekelijkse meldplicht bij de bedrijfsarts (ja,die nieuwe) en casemanager erbij (die zelf overigens opeens een maand niet meer reageerde op mijn mails en over wie ik via via moet horen dat ze ziek is).

Tjonge, toch handig dat ik dit nu allemaal uit tik. Ik kom er opeens achter dat dit gevoel dat mij plotseling overviel in de auto niet persé een gevoel van mislukken is, maar ook van heel veel boosheid.

Boos op de enorm kromme organisatie die hier achter zit. Een organisatie die 200% accuraatheid, stiptheid en toewijding eist van haar medewerkers (prima, krijg je, voor zover ik dat in mijn ziek-zijn kan geven), maar die zelf blijkbaar met 80% inzet weg kan komen.

Ik kan niet zeggen dat ik me nu veel beter voel, nu mijn gevoel van mislukken (voor een groot deel) is overgegaan in een gevoel van boosheid. Mede omdat ik met die boosheid eigenlijk bijzonder weinig kan. Het is wel fijn om te weten dat er iets achter zit. Dat het niet zomaar een gevoel is dat 'uit de lucht komt vallen'.
Nu moet ik het alleen nog zien kwijt te raken (samen met dat restje 'mislukkeling' dat er nog wel zit en dat met andere zaken te maken heeft).
.


woensdag 15 november 2017

Rennen of stilstaan

Ik weet wat het is! Het is er rennen of stilstaan!

Er zit niks tussen, geen langzaamaan, half werk. Het moet of nu allemaal af, klaar, weg, opgeruimd of helemaal niet. Maar dan echt helemaal niks, helaas. Dan is het moeilijk om iets anders te doen, iets ‘leuks’.

Als het rennen eenmaal begonnen is, is het niet tegen te houden en gaat er een soort adrenaline rush door me heen. Ik voel het door mijn aderen gieren. Vermoeiend. Niet die ene wasmand moet gevouwen worden, maar allemaal. In plaats van nu eentje en straks misschien ook eentje. En morgen weer één of twee. Niet die ene stapel boeken moet uitgezocht worden, maar het liefst meteen allemaal. Tussendoor wat heen en weer taxiën om de kinderen te halen en brengen, een boodschapje tussendoor, koken en dan nog dat kleine beetje extra. Of een tandartsbezoek, zoals vandaag.

Geen wonder dat het me (onbewust) tegenhoudt om in eerste instantie überhaupt van start te gaan. Ik voel niet meer zo zeer de bewust de Berg, de Mount Everest, het anker achter me aan, maar eerder een soort onzichtbare muur. Mezelf door die muur heen werken is een flinke klus. Eentje waar ik vaak niet eens aan begin. Maar als ik er doorheen ben is de rem eraf. Kwijt.

Vandaag was weer zo’n dag van rennen en vliegen. En nog steeds heb ik een onbevredigd gevoel. Er ligt nog was. En zijn nog pannen niet af gewassen. Er zijn nog stapels, nee correctie, kratten met boeken die nog uitgezocht moeten worden. Maar het is bedtijd ik moet accepteren dat ik niet meer aan toe kom.

De adrenaline giert alleen nog volop door mijn aderen, dat is een beetje jammer. Nou ja, met dit inzicht heb ik in ieder geval weer iets om volgende week te spreken bij Marjoleine. Een mens moet iets te wensen over houden, toch? Nu eerst maar eens in slaap zien te komen.

dinsdag 14 november 2017

Jeugdherinnering

Naar aanleiding van een schrijfcursusje waar ik aan mee doe, kwam ik op onderstaand verhaal. De vraag was een jeugdherinnering op te schrijven, waarvan je nu nog dingen herkent in jezelf. Mijn herinnering is als volgt:

Ik ben een jaar of zes en ben met mijn ouders en broer op vakantie in Engeland. We hebben een caravan gehuurd op een echt Engelse caravanpark. Misschien ken je de serie Hi-de-Hi uit de jaren tachtig. Een vakantiepark waar veel spelletjes en leuke avonden georganiseerd werden. Er werd op een gegeven moment een schmink-wedstrijd georganiseerd. Ik kon niet meedoen , of wilde niet meedoen. Mijn moeder was bij de kapper van het park en kreeg een ‘Lady Di’ kapsel aangemeten.

Ik besloot mezelf dan maar te schminken met mijn moeders make-up. Eerst wilde ik een prinses zijn. Ik zocht mooie lippenstift uit en stiftte mijn lippen zo goed en zo kwaad als het ging zonder spiegel. Daarna deed ik mooie oogschaduw op. Rode wangen maakten het af.

Ik bedacht me echter vrij snel dat ik altijd al een prinsesje was en dat ik wel eens iets anders wilde. Ik veegde mijn gezicht schoon met mijn handen en wc-papier. Een clown werd het! Een mooie rode neus, een grote rode mond en zo’n speciale clowns-streep over m’n ogen moest het af maken. Al snel vond ik een clown ook te gewoon. Weer veegde ik mijn gezicht schoon. Ik zou een boef worden! Een echte gemene boef met een blauw oog en littekens. Dus ik deed weer mijn uiterste best om mezelf om te toveren tot een overtuigende boef. Eenmaal klaar ging ik naar de kapper op het vakantiepark om het trots aan mijn moeder te laten zien. Er ging een opgewonden geroezemoes door de kapperszaak toen ik binnenkwam, snel daarna gevolgd door een hartelijk lachsalvo. Ik begreep echt niet waarom en was heftig teleurgesteld. Om een enge boef lach je toch niet zo hard?! Toen wees mijn moeder naar de spiegel. Wat ik toen zag deed mij ook in lachen uitbarsten. Het was net of ik een botsing had gehad met meerdere make-up dozen. De knalroze oogschaduw was uitgeveegd over mijn wang en voorhoofd, de rode clownslippenstift zat tot over mijn jukbeenderen en dit alles geweldig afgerond door de zwarte strepen die voor littekens door moesten gaan. En natuurlijk het zwarte, blauwe oog. Wat dit zegt over mij nú? Ik doe nu nog steeds graag dingen met volle overgave. Het liefst helemaal perfect. Helaas is de ‘schade’ nu wat heftiger dan een mis-match aan make-up. Ik ben inmiddels dik anderhalf jaar thuis met een burn-out en chronische depressie. Het kost wat meer dan een washandje met zeep om het weer in orde te krijgen deze keer. Maar ik doe ontzettend mijn best om er toch ‘fris en schoongeboend’ uit te komen.